Fiebelekwinten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Onze tuin is een echte dierentuin. Er komen eekhoorns. Egels zwerven er zo nu en dan rond. Er wonen meer soorten muizen. Vissen en kikkers vermaken zich in en om de vijver. En niet te vergeten de vogels. Vooral in de lente en de vroege zomer is het een gekwinkeleer van jewelste. Het is op mooie dagen echt genieten in deze Hof van Eden. De slag van de vink is dikwijls een werkelijke kwinkslag. Die slag is zo verrassend dat ik erbij in de lach schiet. Voeg ik de andere geluiden en bewegingen in onze tuin en alle andere kleurschakeringen daarbij, dan merk ik op dat er voortdurend hevig 'kwink' wordt 'geslagen' in onze tuin, zichtbaar, hoorbaar, voelbaar en ruikbaar. De snaakse, vrolijke, af en toe ondeugende belevenissen volgen elkaar ras op. Ik geniet ervan in mijn tuinstoel, slenterend langs de borders, turend naar nieuw leven in de vijver.

Aan deze dingen denk ik, als ik op een avond van Harm Smeenge, de Drentse Vereniging, zit te kijken en te luisteren naar de 'Fiebelekwinten', muziekmakers uit het noorden van ons land met een sterk Drents-Gronings accent. Ik weet wat de naam betekent: fratsen, rare kunsten, snaakse streken. En het gezelschap doet zijn naam eer aan! Ik drink hun optreden in met alle kwinkslagen en gekwinkeleer en grappen en grollen. En ik vind het van goed niveau. Als ik al niet trots was op onze Saksische cultuur, zou ik het nu worden. Ik weet nu al zeker dat ik na de voorstelling geen enkele poging doen zal dit optreden te beschrijven, ik zal hoogstens verwijzen naar de fiebelekwinten van de bewoners van onze tuin, want zo zijn de mensen bezig, speels, muzikaal, onbevangen, verrassend en _ betrokken! Zij doen precies wat het Groningse woord fiebelekwinten inhoudt.

Een kwint is een 'gril'. Het Franse quinte betekent 'slecht humeur'. In het Middelnederlands kan kwint een 'goede' gril zijn. Ik denk trouwens dat kwint van kwink komt uit kwinkeleren en kwinkslag. Het Middelnederlandse 'quincken' betekent 'zich snel bewegen'. Feitelijk betekenen kwint en kwink dus hetzelfde, namelijk snel tussen twee uitersten heen en weer gaan. En dat is juist het kenmerk van het maken van fratsen. En dat is nu datgene wat ik ook voortdurend in onze tuin waarneem. Er zijn veel snelle bewegingen, verrassend onverwacht. Zie daar bijvoorbeeld die houtduif boven in het topje van de lariks. Die zit heel stil uit te kijken, oe-oe roepend. Een doffer duikt op haar neer en een hevig geklepper met de vleugels tegen elkaar begint en na tientallen seconden vliegt de duif weg en de doffer gaat er achter aan. Ze zijn met elkaar aan het femelen, fiemelen. Het Friese fimelje betekent 'peuteren'. Het Duitse fimmeln is 'rondtasten'. Het Deense famle, 'rondtasten', toont duidelijk de Germaanse oorsprong aan.

Er zijn mensen die denken dat 'kwink' in kwinkeleren een andere oorsprong heeft. Het zou niets te maken hebben met 'gril', maar alles met een klanknabootsing, het op- en neergaande geluid van de stem. Dat kan natuurlijk best waar zijn, maar de verrassingen, de grillen, in de stem zijn er niet minder om. Het kan mij trouwens ook niet schelen. Voor mij is het voornaamste in fiebelekwinten of fiemelekwinken, dat ik een woord heb gevonden waar ik veel menselijk handelen onder kan brengen. "Hoe vond U die spreker?" - "Hmm, hee had een boel fiebelekwinten". - "Geeft hij goed leiding aan die school?" - "Ze zekt dat hee völ fiemelekwinken hef". - "Lèès iej dee stukskes oke?" - "Joa, en ik mot oe eerlijk zeggen, hee hef nooit te völle fiebelekwinten _ ". Wat een fratsen kent onze taaltuin toch!