Fetuten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

In het laatste boek van mijn oud-leerling Henk van Baalen komt de schoolmeester Kuijk voor, door de kinderen in Hengforden eind jaren veertig Meester Kuuk genoemd. Helaas kon ik bij de doop van dat boek, op Kasteel De Haere niet aanwezig zijn, Want ik werd midden november gehinderd door een beknelde zenuw in de rug, of zoals ze in mijn dialect zeggen 'deur een zenuwspiere'.

Henk van der Molen, alter ego van deze wandelende en fietsende schrijver, is een van mijn begaafde leerlingen. Het was voor hem geen kunst begaafd te zijn, want begaafd zijn is een gave; begaafdheid is je gegeven. En Henk weet dat ook. Ik heb meer van die begaafde leerlingen gehad, vele zelfs. Hun begaafdheden lagen dikwijls niet op één terrein. Hoogbegaafde kinderen heb ik nooit in de klas gehad. Over zulke kinderen hoorde ik in de vijftiger jaren ook niet. Mijn collega's hadden het daar tenminste nooit over; zij spraken weleens over een 'uitblinker', 'die schemert het niet', 'dee skupt het heel verre'. Aan klassen laten overslaan op de 'legere schole' kwamen de meeste van die uitblinkende kinderen niet toe. Wat zij aan tijd wonnen, zouden zij immers aan sociale en educatieve begeleiding tekort komen. Daar waren wij wel achter.

Virtuozen als Henk heb ik dus in de klas gehad. Virtuoos is immers 'uitblinker'. Wie met vijf ballen jongleren kan is een begaafd jongleur, tenminste wat zijn oog-spier-brein-coördinatie betreft. Wie met zeven kegels en nog één extra de ruimte kan vullen is een hoogbegaafde of een 'virtuoos'. In onze basisscholen blijken we er tegenwoordig veel van te hebben. En dat wordt ook aan de grote klok gehangen. En dat is jammer, want het gezegde 'wie zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, .... .' gaat nog steeds op. Virtuozen op school moeten zich een beetje gedeisd houden, anders hebben zij geen leven! Ze vereenzamen. Hun deugden veranderen in ondeugden: ze gaan opzettelijk minder presteren, ze worden gemeden, ze kunnen hun 'kop' der niet meer bij houden.

Virtute, Latijn, de zesde naamval van virtus, deugd, komt nog voor in een aantal uitdrukkingen, bijvoorbeeld in 'virtute non astutia', 'door deugd, niet door sluwheid'. Deze uitdrukking is niet toevallig ontstaan. Vele deugden worden als 'slimmigheidjes' gezien. De hoge begaafdheid van een kind zal wel door het in het geheim onderwijzen door de ouders komen. Dan zijn de begaafdheden geen 'virtuten' of 'fetuten' meer, maar slimme, rare streken.

Een voorbeeld van mezelf. In 1990 werd 'Een Dèventer Jonge in Oorlogstied' uitgegeven met enig ceremonieel. Ik had dus mijn kop iets boven het maaiveld uitgestoken. Opmerking van een Deventenaar: "Wat een fetuten! Zon book met zoovölle gedoo uut te geven!" De 'fetuten' of 'virtuten' waren plotseling geen kunst en kunde of deugd meer, maar rare kunsten om aan de weg te kunnen timmeren. De juiste betekenis van 'virtuten' vinden we nog in het Middelnederlands: virtueus, krachtig van werking; virtutelike, uit de kracht die van iets uitgaat; virtuut - Nedersaksisch 'fetuut' -, een goede eigenschap of deugd, de werking van lichaam en geest, kracht en macht van bovennatuurlijke wezens als God, Christus.

Fetuten zijn oorspronkelijk de grote geestelijke krachten die mensen bezitten als gave. Alle begaafde mensen zijn mensen met fetuten. "Jonge, jonge, dee Van Baalen! Wat een fetuten!" "Keerl, Keerl, dee Kuuk! Wat een fetuten!" Ja, die kerels hebben uitzonderlijke, aparte streken! En daar kunnen mensen knap jaloers op zijn. En zo veranderen begaafdheden of virtute krachten in slimmigheidjes om aandacht te krijgen, in het brein van de beschouwer in 'fetuten'. Ik wens de begaafden nog veel 'wat een fetuten' in de volgende eeuw.