Emmerken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Het waait en het regent. Het water komt met bakken uit de hemel. Ik ga niet naar buiten. In vaders luiestoel blader ik in "Wolken, Wind en Water", een prachtig boek uit de Nobel-reeks; mijn vader heeft het gisteren van de 'Uitgeverij Callenbach' ontvangen. Ik vergeet alles om me heen. Mijn moeder hoor ik zelfs niet de kamer in komen. "Jonge, goa toch buten an Niessel spöll'n; 't is dreuge!" Ik kijk naar buiten. Een blauwe lucht met grote witte wolken die voorbijzeilen op de wind. Ik doe wat Moeder zegt. Even later sta ik aan het water.

Voor de loswal ligt een tjalk. Zestig ton. Ik zie dat niet, maar het staat erop. De schipper is ijverig het dek aan het zwabberen. Dat is toch al nat, dus dat komt goed uit. Ik zie hem de putse grijpen; dat is bij hem nog zo'n oude leren emmer met een puttouw aan het hengsel. Met een handige armslag werpt hij het 'emmerken' onder water, in de IJssel. Met twee halen trek hij het emmertje naar boven en giet het dadelijk leeg over het dek. Hij lijkt zo wel een kunstenmaker!

"Ma'k dat ook is proberen?" vraag ik. Hij knikt. Over de loopplank ga ik aan boord. Hij geeft me de puts met het touw in de handen. Ik gooi de emmer het water in. Die valt met een klap erop en drijft met de stroom mee. Nog een keer _ . Nog een keer _ . Na een keer of tien geef ik het op. Het lukt niet. "Schipperen en zwabberen is een kunst _ ." zegt de schipper raadselachtig grijnzend. Ik knik. Ik ga op de zandbult spelen.

Als ik tegen etenstijd naar huis slenter, zie ik dat Moeder bezig is de ramen aan de voorkant te lappen. Een grote zilverkleurige glimmende emmer staat onder de ramen. Moeder gebruikt nu de zeem. Die 'leren lappe' gebruikt zij op een heel handige manier. Er blijven geen strepen op het glas achter. Moeder ziet mij: "Ah, goed da'j der bint. Haal is effen een emmerken water veur mien". Ik kijk naar de emmer. Die is heel wat 'groteder' dan de putse van de schipper. Ik loop door de lange gang naar de keuken. Ik zet de nieuwe zinken emmer onder de keukenkraan en ik laat hem tot bijna aan de rand vol lopen. Dan probeer ik de emmer uit de gootsteen te tillen. Er gutst een flinke 'slomp' over de rand, maar het lukt toch!

"Ik had oe ezegd een emmerken, neet de hele watertoor'n", lacht Moeder.

Ik zit in de klas. Meneer vertelt een verhaal. Hij heeft er een mooie plaat bij. Een knappe slanke lange dame draagt een mooi versierde kruik op haar hoofd. Met één hand houdt zij het rechter oor van de kruik vast. Ik hoor Meneer zeggen: "Op haar hoofd draagt ze een amfoor, een kruik met twee oren. Zij gaat water halen bij de put _ ". In gedachten zie ik haar later met een putse water putten, want _ Meneer vertelt niet hoe zij het water uit die put krijgt. Dat zal toch met een putse geput moeten worden. Of zou zij een lijn aan een van de oren maken en de kruik in de put laten zakken?

Het is zo'n dertig jaar na mijn lagere schooltijd. Ik moet mij voortdurend met 'taal' bezig houden en ik leer dat amfoor, in het Latijn amphora, kruik met twee oren, en emmer van dezelfde stam zijn. Em _., am _., lijkt me logisch. De vorm verschilt, de betekenis is niet helemaal gelijk, maar in beide kan men water halen. Ik heb inmiddels ook geleerd dat meteen emmerken water vaak het tegendeel bedoeld wordt, namelijk 'boordenvolle emmer'. En toen ik dat wist, begreep ik waarom mijn moeder mij nooit de natte keukenvloer verweten heeft. Zij was blij met haar 'emmerken' water op die herfstige zomernamiddag, toen zij eindelijk na al die regen het huis aan de buitenkant kon gaan doen. Zo gaat dat bij pronte mensen; zij houden hun zaken goed bij en wagen er bij de schoonmaak gerust een emmerken water aan. Natuurlijk, in onze tijd weer put- of regenwater!