Dummelig

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Ze staat even door het raam de straat op te kijken, als die hoogbejaarde vrouw langs komt, haar boodschappen-ezeltje voorttrekkend over de ongelijk liggende trottoirtegels. Ze ziet hoe Mevrouw over een uitstekende stoepsteen struikelt en 'kats' vooroverslaat met haar neus op de keiharde grond. Ze rent naar buiten, helpt de verbouwereerde dame overeind. Mevrouw steunt en kreunt van pijn. Voorzichtig wordt ze naar binnen gevoerd en in de kamer op een stoel gezet. Bloed loopt over het beschadigde gezicht; het stroomt uit de neus van Mevrouw. Het gelaat wordt voorzichtig gebet om wat vuil te verwijderen. Gelukkig valt het allemaal nogal mee. Eerst zit Mevrouw beduusd te kijken. Dan wordt haar gezicht helder en een glimlach verschijnt. Duidelijk zegt ze: "Ik bin gin moment weg ewest. Ik wete precies wat of der gebeurd is. Ik bin estrukeld oaver een tichel; döördeur bin ik evallen. Iej hebt mien eholp'n." En ze wijst. "Ik bin neet eerst weg 'ewest." Dan vertelt zij, terwijl ze haar hoortoestel aanzet, dat ze doof is. "Zo, noe ka'k bèter met oe proaten. A'k anders gin antwoord gavve, zo'j kunnen denk'n da'k dummelig bin. Nee, ik bin wel doof, möör neet dummelig. En ik bin oke neet weg ewest!" Ze roept het laatste uit. De vrouw die haar heeft zien vallen, merkt dat Mevrouw bang is dat ze toch een kleine attaque gehad heeft en ze zegt: "'k Hebbe alles ezeen heur, ik stonne net veur het raam te kiek'n. Iej bint neet weg ewest en zo te heur'n bi'j oke nog lange neet dummelig". Nu klaart het geschonden aangezicht, door de bebloede en gezwollen neus, helemaal op. En Mevrouw laat weten dat zij bij het ouderworden natuurlijk weleens wat bang is voor geestelijke aftakeling. Het is al erg dat zij doof is, dat haar gehoororgaan gevoelloos geworden is voor geluid; maar ze hoopt in de geest gevoelig te blijven voor indrukken van buiten. "Ik hoape dat mien geest neet indommelt, da'k neet dummelig worde en helemoale te kinde goa. Gin mense kan döör wat an doon, möör ik vinde dat heel erg". "Ik belle toch èven een ambulance", denkt de helpster. Even later arriveert de ziekenwagen.

's Middags wordt er gebeld. Ze doet open. Er staat een man met een prachtig boeket voor de deur. "Van Moder, dee hier vanmärgen evallen is", zegt hij. "Komt der mar in". Ze gaan naar de kamer. Hij vertelt hoe het bij de neus-, keel-, en oorarts gegaan is. Gelukkig is er niets ernstigs aan de hand. Zelfs het hoorapparaat werkt nog uitstekend. Zij pakt intussen de bloemen uit. Hij begint te lachen nog voor zij het kaartje leest. "Nog neet lèzen", zegt hij. Dan vertelt hij dat zijn moeder de tekst van het kaartje zelf bedacht heeft. En hij zegt dat ze bij bepaalde gelegenheden nog gedichtjes schrijft. Dan leest zij het kaartje. 'Hartelijk bedankt voor Uw hulp aan een gevallen vrouw'. Ze schiet in een schaterlach. Hij lacht mee.

Dit verhaal moet ik vertellen, niet omdat het zo gebeurd is, maar omdat het woord 'dummelig' zo juist en scherp door de hoogbejaarde mevrouw gebruikt wordt. Voor mij ligt 'Woordenboek van het Dialekt van Epe' door A. van den Bremen-van Vemde en L. van den Bremen met een inleiding van Prof. Dr. H. Entjes. Het is uitgegeven door 'Historische Vereniging "Ampt-Epe"' in 1982. Er is een 'Anvulling' bijgevoegd. Ik heb het gekocht. Toen ik het opensloeg op blz. 38, las ik: DUMMELIG, bw., bn., enigszins seniel. 'Op zien olden dag is e nog dummelig ewodden.' Dat bracht me op het idee dit werkelijke gebeurde nog eens te vertellen. In veel Nedersaksische dialecten is het woord 'dummelig' nog levend. Natuurlijk hopen de mensen het slechts ontkennend te hoeven gebruiken. De dove vrouw was niet dummelig; dat staat vast.