Duiwken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Vrijdag, 19 juni 1998. Het wordt voor Ali en mij een schitterende dag: voor het eerst in ons leven naar Berchtesgaden. We staan in Reit im Winkl. Over de 305 komen we binnen. We gaan de Roszfeldstrasze op. Met de bus bereiken we Eagles Nest, Adelaarsnest.

Als ik op de top van de berg sta te genieten van het uitzicht, staat er plotseling een man voor me, op de rand van de afgrond. Hij is in het poep-bruin gekleed, heft de rechterarm, de linker zet hij in zijn zij. Hij kijkt gemeen naar me om. Aan zijn haarlok en zijn snorretje herken ik hem onmiddellijk. Smerig lacht hij tegen mij: "Nooit kom jij van me af!" Hij spreekt notabene Nederlands. En dan ineens sta ik, als jongen van vijftien, weer in het portiek voor ons huis. Dat is vandaag op die dag in 1943 verboden. Zes-en-een-kwart zal de IJssellinie in Deventer bezoeken. Alle mensen in mijn buurt moeten binnen blijven. Maar ik wil die smerige handlanger van de grote leider zien. Met zijn gevolg komt hij op nog geen tien meter afstand aan mij voorbij. Ik zoek in mijn zakken naar een pistool, maar dat heb ik niet. Ik moet een kans om de vrijheid dichterbij te laten komen voorbij laten gaan! Die kans heb ik gemist. Ik kijk nu weer in het grijnzende gelaat van snorremans. En in een flits handel ik. Ik spring naar voren en ik denk: 'Ik zal oe is een handjen helpen', en ik geef hem een duwtje. 'Zo, dat duiwken dut mien goed'. Met uitgespreide armen stort de adelaar duikend de diepte in. Een langgerekt gegil weerkaatst in de bergen. Dan is het bevrijdend stil. 'Zo, noe hei'j mien neet langer an een tuiwken'. Voor het eerst in drieënvijftig jaar voel ik me in Duitsland helemaal vrij. Deze kans heb ik gegrepen!

Ali trekt me wat achteruit. "Ga niet te dicht bij de rand staan", zegt ze. Wat heb ik toch een leef vruiwken! Ik kus mijn vrouw op de wang. "Wat heb je?" fluistert zij. De tranen branden me achter de ogen. "Ik ben blij dat ik hier toch heen gegaan ben", zeg ik. "Ik bin eindelijk uut mien kuiwken!" "Eindelijk uit je kooitje? Wat bedoel je daarmee?" "Ik heb hem een douw gegeven, hij is de diepte in". Ali lacht. Zij verstaat.

Vanaf 6 juni 1944 hadden de geallieerden vanuit Normandië heel wat tijd nodig om das Reich te veroveren. Wij zaten op 7 juni 1998 al in Wildbad, op 8 juni in Schwangau, op 12 juni in Leutasch in Oostenrijk, op 17 juni in Reit im Winkl, op 22 juni in München, op 25 juni in Schillingsfürst. Deze reis was zo'n bevrijdende verovering van Duitsland en Oostenrijk, dat ik niet na kan laten nu nog eens het liedje te zingen van de kikker die aan de uiver of ooievaar ontsnapt: Het was een mooie zomerdag van bloemen en van zon. Een kikkertje, ik dus, zat in een plas ... . Dat was onze reis, schitterend, ondanks de vele regen die we toch ook gehad hebben. Reizen in vrijheid, zonder grenzen, als een uiver met zien vruiwken, nee, neet an een tuiwken, nee, neet in een kuiwken, möör wel trots as een puiwken, um dat duiwken dat ik durfden te geven.

... als een ooievaar met zijn vrouwtje, neen, niet aan een touwtje, maar wel trots als een kleine pauw, om die douw die ik durfde te geven ... . Zo luidt de tekst in het Nederlands. Maar als ik emotioneel word, ... . Ik kan niet verwoorden wat er dan gebeurt in mijn binnenste. Ja, toch. Mijn binnenste komt naar buiten. Dan beleef ik! Mijn verhaal wordt dan ook: '... Hee kik voel nöör mien umme ... . Ik geve hem een duiwken ... . Hee duk de diepte in met een alder-akeligste gil! Wat kan zon symbolisch duiwken oe vrie maken.