Drinkensbusse

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Beelden van harde werkers. Die krijg ik als ik op de televisie oude films zie, gemaakt in de dertiger jaren in onze industriesteden. Ik krijg ze ook als ik op de radio een reportage hoor over de Drentse veengebieden waar de turfstekers hun arbeid verrichtten. Ik loop dan weer in mijn eigen stad, 's morgens in de vroegte en ik zie ze gaan met hun overall of kiel onder de arm en met hun stikkenzak, 'stikkezeksken' noemden wij als jongens de katoenen broodzak, en de busse met drinken. Beelden van harde werkers. Ik zie ze niet meer. Om die zelfde tijd zit nu in mijn stad bij de 'uitvallen' het verkeer vast. De auto's moeten eruit. Meestal heb ik ruim een kwartier nodig om van Diepenveen naar de snelweg richting Apeldoorn te komen. In de dubbele file kijk ik naast me naar langzaam voorbijschuivende koppen, vaak met een lontje in het mondje. Geen beelden meer van harde werkers met hun boterhammenzakjes, maar harde werkers met hun koekblikjes.

Lijken mij de oude beelden mooi, ik wens de tijd waarin ze gemaakt zijn niet terug. Het was een tijd om nu beelden van te zien, maar voor velen geen tijd om in te leven. De harde werkers leefden in een zware tijd vol armoede. Voor mij was het, zeker tot 1940, een mooie tijd. Wij hadden het goed. Toen vlak voor de oorlog 'Bartje', van Anne de Vries, verscheen, en ik dat boek las, stiekem, want ik was pas twaalf en er komt seks in die roman voor, kreeg ik een duidelijk gezicht op bepaalde toestanden in Nederland. Ik voelde als jongen dat het niet goed was! Ik zwierf met Bartje mee, toen hij een andere vader en moeder ging zoeken. Nu nog zie ik hem in mijn gedachten zitten bij de wegwerkers onder hun schaft. Met hem eet ik weer een boterham uit het stikkenzakje van een van die werkers, en ik drink uit het 'pullegien' van een van die zwoegers.

Pullegien ving ik op uit de mond van Harm Dijkstra van Radio Drenthe. Er werd uitgelegd dat het een blauw busje was, waarin drinken, melk of thee, meegenomen werd naar het land, als er de hele dag gezwoegd moest worden om bijvoorbeeld te hooien. In het Achterhoeks heet zo'n blauwe, bruine, gevlekte bus 'drinkensbusken', in het het Veluws 'drinkensbussien', in het Sallands ook 'drinkenskruukkien'. De busjes leken geëmailleerd. Dat waren ze ook echt, geloof ik. Er zat een oog aan, een oor kan ik het bijna ronde strookje wel noemen; daaraan was het busje gemakkelijk vast te houden. Een metalen beugel, een witte porseleinen dop met rood rubber ringetje op de smalle hals houdend, zorgde voor een klemmmende afsluiting. Beelden van harde werkers met hun 'bussies', 'buskes', 'pullegies'. Beelden van harde werkers in hun bussies, buskes, pullegies. In de eerste nam men het drinken mee om tijdens de 'schoft' de 'stikken' aangenaam te kunnen laten door glijden. In de tweede glijdt de harde werker zelf aangenaam door en gebruikt het blik het ingegoten vocht zelf.

Drinken, busse, kruke, krukke, stik. Allemaal woorden met een lange geschiedenis. Van vorm en inhoud zijn zij in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd. Ik denk aan het Saksische 'drinkan', het Oudhoogduitse 'buhsa', het Oudsaksische 'kruka'. Dat is ook logisch. Brood werd altijd al gegeten in een of andere vorm. Het werd 'gestoken' of gesneden in 'stukken' of 'stikken'. Woorden die veel gebruikt worden, omdat ze met het dagelijks bestaan te maken hebben, veranderen nauwelijks van uitspraak. Zij reizen met ons mee aan ons lijf, zichtbaar bij harde werkers en niet harde werkers. En zo mogen tijden veranderen, de dagelijkse levensbehoeften blijven. En die noemen wij allemaal zoals onze opvoeders ons die hebben leren benoemen. En tijdsbeelden mogen wisselen, taal mag zich daardoor aanpassen, mensen veranderen niet. Zij moeten met hun stikkezekskes, hun pullegies, hun blikskes het leven door. De meeste mensen doen dat zwoegend en slavend!