Dreest(r)ikken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
Als ik de wieken van Oude Molen zie draaien, denk ik aan de Dikke Van Dale. Het 'molenspel' is hier in Bathmen op de grens met Diepenveen dikwijls bezig. Vier olde wieven dee mekäre neet könt kriegen, zitten elkaar dwars, ze achtervolgen elkaar voortdurend. Ik denk aan de merkwaardige omschrijving van 'molenspel' in Van Dale: zeker spel dat met 18 schijven in twee kleuren gespeeld werd. Het woordenboek vermeldt dat het een historisch spel is. Met dat laatste zit de bewerker van dit woord er volkomen naast. Ik weet zeker dat er in Nederland nog 'boter, kaas en eieren' gespeeld wordt. Heel enkel speel ik het zelf nog wel. Het is heel eenvoudig. Je tekent een vierkant en verdeelt dat in vierkantjes drie maal drie. Dat is dus negen. Jij kiest bijvoorbeeld kruisje, je tegenstander muntje of rondje. Je tost wie beginnen mag. Wie de toss gewonnen heeft, laten we zeggen 'kruisje', zet een kruisje in een hokje. Dan is 'rondje' aan de beurt. Om en om probeer je elkaar te verhinderen om er drie op één rij, horizontaal, verticaal, diagonaal te krijgen. Zo zit je elkaar dwars tot het uiterste. Op een bepaald moment zie je als het ware dat het speelveld op een molen met wieken gaat lijken. Ik denk dat daaraan de naam molenspel ontleend is.

Naar aanleiding van de opmerking bij Van Dale dat er achttien schijven nodig zouden zijn voor dit spel, moet ik opmerken dat zijn molenspel toch anders gaat dan mijn 'driestikken'. Zo noem ik altijd 'boter, kaas en eieren'. Dat zijn immers ook drie zaken. Of er in een ver verleden op een dambord gespeeld werd, met bijvoorbeeld 18 van de honderd velden, of er met damschijven gespeeld werd, hoeveel molens met wieken er op het speelveld moesten liggen, ik weet het allemaal niet. Wie kan mij helpen? Ik ben namelijk heel benieuwd. Ik ga intussen door met 'dreestikken', zoals dat in mijn dialect genoemd wordt. Met mijn kleinkinderen heb ik het trouwens nog nooit gespeeld. Moet ik toch eens doen. Maar dan met knopen op mijn schaakbord. Dan hoef ik niet steeds opnieuw een 'slagveld' te tekenen. Want een slag wordt het! Je zit elkaar feitelijk voortdurend dwars. Je zit elkaar te 'pesten'. Er komt vaak enige ruzie met geschreeuw van. Ik weet dat! Ik hoor Vader nog roepen: "Bint iejluu weer met mekäre an 't dreestikken!" Hij riep dat trouwens altijd als we schreeuwend geharrewar hadden.

'Om het spel en de knikkers' van Riek van der Wulp - Heutink vermeldt het spel 'Molen'. Op bladzijde 250 lees ik onder (443) Molen of Meuln:

Molen, of zoals je in Genemuiden zei, Meuln, werd op een speelbord met damstenen op lijnen gespeeld. Over deze lijnen werden de stenen heen en weer geschoven en drie op een rij was een "meule". Vele gezinnen hadden een eigengemaakt "meulebörd". De jaarkalenders Honingdroppels en Een Handvol Koren hadden een stevig kartonnen schild. Na Nieuwjaar werd menig "meulebbörd" op de achterkant getekend, en met witte en zwarte knopen kon je net zo goed spelen als met damstenen.

En onder (444) staat Boter, kaas en eieren. Dat werd in 'Gellemuden' op een papieren 'buul' of een stukje pakpapier gespeeld.

Met elkaar dreestikken of dreestrikken is nog aan de orde van de dag! Men zou elkaar plagen, pesten, de loef afsteken, dwars zitten enkel bij groei naar de volwassenheid moeten waarnemen. Of moet ik constateren dat de meeste mensen nooit volwassen worden? Ze liggen nog te meieren over de vraag of het nu 'driestikken' of 'driestrikken' is! Ik kies voor beide. Bij stikken denk ik aan stukken en steken en aan een stik of een stuk land dat ik van een ander 'gepikt' heb. Bij strikken denk ik aan de strop die ik iemand 'omleg'. Het is allebei een 'kinderlijk' gedoe! Laat ons dat allemaal goed beseffen. Beoefen dreest(r)ikken enkel als kinderspel. Toon Uzelf verder volwassen!