Dreeklazoer

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Bouwen mag ik graag zien. Ik houd van landbouw en veeteelt op plaatjes. Ik vind de beelden mooi. Vooral de oude. Ik herinner me de oude schoolplaten bij het ouderwetse zaakonderwijs goed. De landman die ploegt, de boer die bouwt. Beelden van in aanbouw zijnde huizen, fabrieken, winkelpanden, kantoren spreken mij tevens aan. Ik houd immers van stedelijke structuren evenveel als van landelijke scheppingen. Bouwen mag ik dus graag zien; het plaatje van het platteland is mij lief, dat van de stad evenzeer. In werkelijkheid kan ik tijden staan te kijken naar bouwvakkers die met een gebouw bezig zijn. Waarschijnlijk zit die trek in mijn genen. Bovendien verbeeld ik me dat ik een timmermansoog heb en ik zie of er waterpas gewerkt wordt of niet. Kenners van mijn eigen bouwwerkjes beweren dat ik absoluut niet zie of iets 'recht' is, want ze vinden dat ik alles scheef 'redeneer'. Ik ben het daar natuurlijk niet mee eens. Toch is er in ieder geval één persoon onder mijn kennissen die mij een rare 'dreeklazoer' vindt. Hij vindt mij dus een stoethaspel, een onhandige 'bouwer'. Volgens hem rammelen door mijn onhandigheid mijn scheppinkjes aan alle kanten. Dat zegt hij tenminste, maar intussen schitteren zijn oogjes achter zijn brillenglazen. Hij vindt dat gestoethaspel wel mooi.

Zo sta ik te kijken bij het bouwen van een huis. De metselaar, een rustige werker, metselt steen na steen. Hij metselt om de hoek. Hij gaat het hoekje om met een driekwart klinker. 'Kijk', denk ik hardop, 'dat is nou een dreeklazoer'. Die wordt gelegd om het verband in het metselwerk te behouden. Het is een 'aansluitsteen' van drie klezoren. Een klezoor is een kwart klinker. 'Klezoor' is een heel oude benaming, die nog uit de Vroege Middeleeuwen stamt. De naam is een verbastering van het Oudfranse 'closoir'. Dat was een sluitsteen van een gewelf. In het Nederlands wordt klezoor voor het eerst in de achttiende eeuw genoteerd. Drieklezoor is een nog in het Nederlands gebruikt woord.

Toch denk ik dat het Nedersaksische 'dreeklazoer' niet aan het Nederlands en het Oudfrans is ontleend. Ik vond een sterke verwantschap met het Duits. 'Klausur', uit te spreken als 'klauzoer' komt heel dicht bij 'klazoer'. Er zijn tongvallen waarin van 'kleizoer' gesproken wordt. Ik denk dat Klausur niet uit het Frans komt, maar regelrecht uit het Latijn. In die taal luidt het immers 'clausura', wat slot en omheining inhoudt. Claudere is sluiten.

Eigenlijk moest ik met een groep leerlingen van een middelbare school hier staan, om de bouw in al zijn vreemde-taal-uitdrukkingen te kunnen volgen. Dat zou de lessen in Engels, Frans, Duits, Russisch en andere talen zeker ten goede komen. De lessen in vreemde talen, met hun geschiedenis, grijpen nog steeds veel te weinig in elkaar, is mijn mening. Ik kan dat natuurlijk gemakkelijk opperen, maar als ik die opperman, in het Deens 'handlanger', bezig zie, lijkt me dat veel moeilijker voor iemand die feitelijk bij het metselen van het talenbouwwerk betrokken is. Ik kan die gedachten dus beter voor mezelf houden, want de beste stuurlui _ .

Ik voel me nu inderdaad een drieklezoor, een dreeklazoer, een dreekleizoer. Leuk dat de spelling kleizoer bestaat. Logisch ook. Klinkers worden immers gebakken van klei en 'zoer' kan gemakkelijk als een achtervoegsel gezien worden. Zo werkt dat, als men van uitspraak naar spelling stapt. Ik houd het echter bij de spelling klazoer, want die komt het dichtst bij de geschiedenis van dat woord. En ik hoop dat er nog veel gebouwd blijft worden in twee betekenissen. En dat is de mening van mij als dreeklazoer.