Dikdounintoen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
Even na drieën komt Arie precies volgens afspraak onze inrit op rijden. "Dag Meester", zegt hij als hij uitstapt, zonder enige dikdoenerij. Daarom mag ik hem zo graag. Hij doet niet 'dik', al is hij in de jaren dat ik hem niet gezien heb, wel wat 'dikker' geworden. Hij is nog niet eens 'gezet', laat staan 'opgezet'. In de gauwigheid overweeg ik deze dingen. Op zijn "Ali en Gerrit, iejbeiden bint neet völle veranderd", kan ik naar eer en geweten antwoorden: "Aerie, iej oke neet". En zo komen we onmiddellijk in ons vertrouwde Sallands en Achterhoeks aan de praat.

Arie woont in Barchem en hij komt bij mij wat verhaaltjes opnemen, die voor Radio Gelderland te horen zullen zijn. Daarom kan ik hem niet meteen gaan zeggen, dat ik nog een mooi verhaal heb over 'dikdoon', ofwel 'poenerig' doen, het 'voor iedereen zichtbaar je overdadigheid tentoonspreiden'. Dat kan wachten tot na de opnamen.

Ik vraag Aerie of we in de tuin zullen gaan zitten. Wat ik hem straks vertellen wil, gaat ook over de tuin, over dikdoen in de tuin, over ten aanschouwe van Jan en alleman het breed laten hangen in de tuin. Bij voorbaat moet ik al lachen. "Netuurlijk könne wie in de tuin goan zitten; iej heurt heugstens wat natuurgeluden. Wieder is het stille". Meteen giert er een straaljager over. "As dee dinger tenminsten vort blieft!" lach ik. En meteen komt er een auto de inrit op. Anneke stapt uit met Emma, Aaldert en Willemien. "Ik vroage wel èven of ze vort wilt goan", zeg ik, maar Ali is er al. "Ik ga wel met Anneke en de kleinkinderen naar het bos, dan kunnen jullie rustig werken".

Nu kunnen de opnamen echt beginnen. Aerie laat me zeven korte gebeurtenissen inspreken. Halfweg moet hij wisselen van bandje. Op dat moment begint de zaag van Herman te gieren. "Wil iej vroagen of hee een kwärtiertjen stoppen kan, dan binne wie kloor", zegt Aerie. Gelukkig en volgens verwachting wil Herman wel wachten tot wij klaar zijn met de opnamen. Zijn werk valt immers ook niet onder 'dikdoon in de tuin' of zoals de Drenten zouden zeggen 'dikdoon in (de) tuun'.

Nog even laten we een straaljager over ons razen; daarna maken we het werk af. Dan is het inmiddels bijna vijf uur. Aerie moet nodig weg, maar .... de auto van mijn schoondochter staat achter de zijne. En het verhaal over 'dikdoen', dat notabene van haar komt, kan ik onder ons afscheid ook niet kwijt, want eerst moet die wagen weg! Maar gelukkig is de deur open. Ik kruip achter het stuur en Aerie duwt me achteruit. Dan draai ik het stuurwiel en ik laat op het juiste ogenblik het stuurslot dicht vallen. Met een grote boog rolt de wagen de inrit af, de berm aan de overkant van de straat in. "Da's de kunst, neet dikdoon, handelen", zegt Aerie, en hij stapt in, rijdt achteruit en hij zet zijn auto op de weg. Dan duwen we samen de auto van Anneke naar voren; die volgt het spoor terug en staat op zijn plaats.

Als Aerie weg is, ben ik mijn verhaal nog niet kwijt: Ali en ik hebben samen één keer 'gebarbeknoeid', zoals we zeggen, met een twee-persoons barbecue, die we op een rommelmarkt nieuw gekocht hebben. Wij vertelden dat aan onze kinderen en Anneke zei: "Weten jullie hoe ze barbecuen in Groningen noemen? ... Nee? ... Dikdounintoen!" Daar moest ik eens even over nadenken. 'Dik-doun-in-toen' ... 'dik-doon-in-(de)-tuun(tuin, hof)'. Een doordenkertje. Op die manier kun je protserigheid kwijt. Kan men jou niet zien, dan kan men je dure vlees altijd nog ruiken. Je timmert lekker met je rijkdom aan de weg! Of is 'dikdounintoen' overdreven? Kijk, dat had ik Aerie, geen dikdoener, willen vragen.