Deurdoon

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

De vrouw zat aan tafel bonen af te halen. Ik zag dat het slabonen waren en ik wist wat er die avond in deze jeugdherberg op het menu zou staan. Ook de geur van gebraden vlees verried iets over de avondmaaltijd. Ik vroeg aan de afhaalster of ze me kon vertellen waar de Moeder was. "Dat ben ik", zei zij en ze gaf me de mand met te 'reifelen' bonen. "Hier, iej kunt dalijk an 't werken an", zei ze. Verbouwereerd nam ik de tenen mand over. "Ik zette dee kinder wel op hun plaatse", ging de moeder verder. "Iej weet toch neet woorof de sloapplaatsen bint. En dat met dee bonen hef hoast; ik bin al late".

De kinderen lachten hun meneer uit, toen ze binnen kwamen. Ze waren pas op die ULO en nog nooit aan het begin van het schooljaar in een jeugdherberg geweest. Ik lachte als een boer met kiespijn, maar rafelde dapper door. Er zaten trouwens nauwelijks draden aan deze jonge bonen. Het water liep me in de mond. De juffrouw die ik mee op deze reis had, verborg haar lachende mond achter haar hand. Ik grijnsde haar toe. Even later kwam de Moeder met de kinderen beneden. "Meneer, ze kennen allemaal hun plek", zei ze, "in twee betekenissen!" Ik wist dat mijn meisjes en jongens wisten waar zij aan toe waren. En ik reikte haar de mand met bonen aan. "Wat is dat noe?" zei ze schaterend. "Geef iej 't noe al op? Dom deurdoon, heur!" Dom deurdoon. Dat betekende dat ik rustig en onverdroten en gevoelloos voor negatieve indrukken tot het einde moest doorgaan, tot 'het is volbracht'.

Om zes uur 's avonds aten we lekker. De kinderen prezen voortdurend de boontjes zonder draad. Ik durfde slechts mee te doen met het prijzen van mijn eigen afhalen van de bonen. Maar de juffrouw en de Vader begon dat gezeur gelukkig te vervelen. De Vader pakte de leerlingen heel tactisch aan. Hij sprak trouwens ook in het dialect. "Hebt ulie wel ezene hoe netjes of meneer dee bonen of-ehaald hef. Hee hef ze noa het ofhalen deur-edoan in twee stukken. A'j bonen veur oew moder of mot halen, mo'j door altied an denken, een bone ofhalen en dan deurdoon. Dan controleer iej as 't ware of de droad der wel of is".

Zo, de kinderen waren rustig: ze hadden wat om over na te denken.

De bakjes vla werden op de eettafels gezet. "Noe mot ulie dee bakjes zelluf deurdoon", zei de Moeder. De kinderen begrepen het. Een voor een werden de schaaltjes doorgegeven.

Na de maaltijd pakte de Vader zijn gitaar. Bij de brandende open haard zong hij bekende kampeerliedjes. Soms vergaten de kinderen mee te zingen, zo mooi klonken de akkoorden.

Het bed werd grote pret. Kussengevechten, geschreeuw, gespeel, zowel op de jongens- als meisjesslaapzaal. Toen klonk plotseling het lied van het prinsje dat in moet slapen na een vermoeiende dag. En ineens was het muisstil op de zalen. Daarna kwam de Moeder een 'welterusten' wensen. Toen bleef alles stil!

De volgende morgen aan het ontbijt zaten de juffrouw, de kinderen en ik met de Vader en Moeder samen ontspannen te eten. De Vader stond op, tikte met zijn mes op de rand van zijn bord en zei: "Veur ulie noa bedde gingen, he'k ezegd dat der wat zweiden as der lawaai emaakt worden zol! Het was weer as altied, hier. Der hoofden niks te zweien, want ulie hebt oe allemoale keurig eholden. Mar Meneer neet; dee hef nog met de juffrouw zitten kletsen. Veur hem zweit der wat!" "Wat dan?" vroeg ik benauwd. "Hee mot trakteren. Da's een straf, dee 'k neet deur kan doon". En ik kocht drop en trakteerde. De Vader vroeg wat me dat gekost had en trok het bedrag van zijn rekening af: "Of en too wat deurdoon", zei hij.