Dennepeukels

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Beste Wil Hoogstraten,

Wat geweldig dat je ons die woensdagavond in oktober kwam bezoeken en dat je 'Un Korf völ Dennepeukels', samengesteld door H.J. Krebbers en uitgegeven in 1902 door Firma Brinkgreve - Deventer, bij ons achterliet. Ik ben er dadelijk in begonnen en ik viel van de ene verbazing in de andere. Het begon al bij 'Eenige opmerkingen vooraf'. Daar las ik meteen al wat dennepeukels zijn: "Dennepeukels (pijnappels), de kiemen bevattende van nieuw leven en welks dor omhulsel nog in staat is om 'de rookende vlaswiek' te doen ontvlammen! In deze titel ligt een vrome wensch." Willy, jongen, jij kunt niet weten dat ik bijbelvast opgegroeid ben en dat ik weet dat 'de rookende vlaswiek' of 'de kwijnende vlaspit' voorkomt in de bijbel en wel in Jesaja 42 : 3, Waar we lezen: "Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven". Krebbers meent dat onze mooie streektaal een geknakt riet is, een uitdovende pit van een olielamp of een kaars. De dennepeukels dienen om het vuur opnieuw te doen ontvlammen, vandaar dat hij de woordspeling 'peukels' gebruikt. Daar kom ik nader op terug.

Krebbers gaat in zijn opmerkingen dan ook verder met: "Oudheidkundigen knappen eene vervallen ruïne weer op, soms zóó, dat er van 't oorspronkelijk plan weinig meer overbleef en 't oude bouwmateriaal zoo goed als geheel aan 't oog onttrokken. Niettemin komen van wijd en zijd de belangstellenden toestroomen. Welnu, Dames en Heeren! ik kom hier een poosje uw aandacht vragen voor een kunstgewrocht (kunstwerk), dat veel ouder is dan de oudste ruïne en veel eerwaardiger bovendien, namelijk voor de SPRAAK in onzen SCHOONEN ACHTERHOEK en TWENTE, zooals die zich in den loop der eeuwen in den volksmond ontwikkeld heeft. ... De Volksspraak is ver verheven boven éénig kunstgewrocht." Tot zover dit citaat, Wil.

Dan volgt er in dit bijna driehonderd bladzijden tellende kunstjuweel een schat aan 'veurdrachten', gedichten en vertelsels van een mijns inziens literair niveau, waar de Plat veroordelende mens een voorbeeld aan kan nemen. Deze 'peukels' zullen zeker in 1902 en daarna hun werk gedaan hebben, want peukels zijn pukkels, blaartjes en bultjes aan de denneboom, die op het rijpe ogenblik open springen en hun zaden als mosterdzaadjes zo licht weg schieten, opdat zij weer zaailingen doen groeien, die weer vruchten voortbrengen. En nu de mooie woordspeling in peukels. Een peukel is tevens een kleine pook waarmee het vuur opgerakeld wordt en zo tot nieuwe warmtebron en lichbrenger kan worden. Worden hier in de betekenis van schepping, wording, Genesis. De mens die de peukels gebruikt is herscheppend bezig, en dat niet enkel, hij of zij zaait het taalzaad over onze taalakkers, die nog Nedersaksisch zijn hier.

Een pook is een rakel, waarmee de mens het vuur oprakelt. Het werkwoord poken betekent steken, stoten, prikken, maar ook pochen, bluffen. Zo'n pook heeft een punt, net als een kegel. Een pokkel of een poekel is een bult. Een kegel is tevens een bult, een bult met een cirkelvormig grondvlak, puntig toelopend. Zo wordt de dennepeukel tot een dennenkegel of dennenappel.

Wil, ik weet niet of het woord dennepeukels nog gebruikt wordt, ik denk van niet. Maar dat doet niet terzake. Zeker is het dat het in 1902 bijgedragen heeft tot behoud en restauratie van het Nedersaksisch in Salland, Achterhoek en Twente. Ik heb het boek nog niet uit. Ik mag het vast en zeker van jou nog wel even houden. Nogmaals hartelijk bedankt. Mijn vlaspit wordt door 'Dennepeukels' al weer heel wat warmer en ... lichter.