Dauwelen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

'Puzzels variëren van 120 tot maar liefst 1000 stukjes. Voor alle leeftijdscategorieën. Een tweezijdige puzzel met dezelfde afbeelding aan voor- en achterkant en identieke stukjes door stansen aan beide kanten' Zomaar een zin uit een reclamefolder over speelgoed. Dit is een puzzel voor kinderen die graag rustig spelen, ook voor volwassenen trouwens. De lezer moet overigens wel weten dat 'stansen aan beide kanten' betekent dat de groeven van het 'slaan' van de stukjes zich aan beide zijden bevinden. Wie lang moet rusten of door ziekte liggen moet, zal zich met zo'n puzzel best vermaken. Wie beweeglijk is, graag buiten speelt, graag sport en stoeit, vindt in deze folder weinig. Er staat een knutselbank in, een poppenhuis, een klok, bouwdozen, poppen en meer statische dingen. Zelfs een bedje voor de pop, in sommige gewesten een 'douwtje' genoemd, ontbreekt. Zouden ze er soms niet meer zijn? Ik denk, de folder nog eens doorbladerend, aan die wiegjes met halfronde onderkant, waarin de poppenmoeder of -vader de baby 'douwdijnen', 'dodijnen' of wiegen kan. Mooie samenkoppeling eigenlijk: doen deinen in een bedje. Neen, ik moet me vergissen. Dodijnen is hetzelfde als het Franse 'dodiner', dat wiegen betekent. Het kind dat gewiegd wordt, kan nog niet stoeien of 'dauwelen'. Zo zegt men dat op z'n Dèventers, weet ik. In sommige streken, de Twentse en de Achterhoekse contreien bijvoorbeeld, wordt 'dauwelen' uitgesproken als 'dawwelen'; het wordt daar door schrijvers ook zo gespeld. Ik zou zelf 'douwelen' spellen. In de eerste plaats omdat 'dauwelen' in sommige Hollandse dialecten 'treuzelen' betekent; in de tweede plaats daar ik van mening ben dat 'douwelen' afkomstig is van 'douwen', zoals 'trappelen' van 'trappen' en 'huppelen' van 'huppen'.

En dan ben ik plotseling weer een kleine jongen en ik speel buiten. Uit gekheid geef ik een vriendje een duwtje. Een ander vriendje geeft mij een duwtje. Het ene duwtje haalt het andere uit en voor we het weten spelen we 'kriegertjen' of 'tikkertje'. Het 'kriegertjen spöllen' wordt gevolg door een spelletje 'verlös', 'diefje met verlos'. We stoeien en ravotten de hele middag. Het wordt echt 'duwelen' (duvelen) of 'douwelen' (dauwelen, dawwelen). En dat stoeien, dat laatste dus, loopt meestal op ruzie uit. "Wat uut gekheid begint, dreit vake op stront uut", wordt dan ook dikwijls gezegd. "Wat als grap begint, loopt vaak op ruzie uit", zou een Hollander zeggen. Het dauwelen of duvelen wordt echt duivels.

Ik kijk nog eens in de folder. 'Voetbalspel. Met afneembare poten, dus het spel kan ook op de tafel gezet worden. Er staat een plaatje bij. De ene partij poppen is in het rood. Wat toepasselijk! 'De Rode Duivels', het Belgische Dauwels-, Duwels-, Duvels-, Duivelselftal. Mooier kan het woord 'douwelen' toch niet uitgelegd worden, denk ik glimlachend.

'Nederlandse uitgave Scrabble' lees ik. Een leuk taalspel dus. Met z'n vieren zitten we aan tafel. Ik mag beginnen. Ik heb de medeklinkers D, L, W, N; de klinkers E, E, U. Even tellen. Ja, zeven letters. Ik leg DUWELEN. Zo pak ik meer dan het volle pond. Ik grijp de bonuspunten. Alle letters ben ik in de eerste beurt al kwijt. Dan begint het geduvel. De dikke Van Dale wordt erbij gepakt. Die geeft wel 'duvelen', maar geen 'duwelen'. Letters terugnemen en beurt overslaan. Van Dale weet nog niet dat van 'duwen' 'duwelen' is afgeleid. Die spreekt enkel van 'duvelen', 'duivelen' en het 'duivelse' daarvan. Ik kan het ook niet helpen. Ik leg de folder aan de kant. Die blijkt echt voor kinderen van acht tot tachtig en ouder te zijn. Ik ga aan het werk: douwelen, dauwelen, duwelen, duvelen, duivelen met taal, in m'n eentje.