Damp

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

'Het was midden december, dampig en kold.' Zo luidde de eerste zin van het kerstverhaal, dat hij moest schrijven voor de vereniging waarvan de voorzitter graag wilde, dat er een vertelling in de streektaal gedaan werd. Verder dan die eerste zin kwam hij niet, al keek hij nog zo ernstig door het raam de mist in, die in verwarde flarden voorbij dreef. In zijn bovenkamer was het even dampig als buiten. En hij bleef aanvankelijk maar staren; het hielp niets. Dan maar eens wat hulpbronnen aangeboord om de motor der fantasie wat op gang te brengen. De woorden damp, mist, nevel, het zit dicht, de wolken drijven laag over, het is dampig, ze hielpen hem allemaal niet verder. Het Oudsaksische nebal, het Oudierse nel (wolk) al evenmin, al bracht dat hem wel op de gedachte zijn kerstverhaal in Ierland te laten spelen. Maar al was dat nog zo verleidelijk, hij kon niet in het Sallands over Ierland gaan vertellen, want hij vond dat zijn verhaal in Salland moest spelen. Aha, daar ontdekte hij iets; het Oudengelse mist betekent somberheid en duisternis. Daar moest het in deze donkere dagen immers over gaan. Met als climax het optrekken van de mist en de komst van het grote Licht. Dan gaf hij aan zijn kerstverhaal een heel mooi kersttintje. Toen hij ontdekte dat mist in het Oudkerkslavisch migla is, was zijn feest compleet, want zo kreeg zijn verhaal zelfs een christelijk tintje, hoewel het door het woord kerst- of kristverhaal dat ook al had.

Weer ging hij ervoor zitten, maar weer gelukte het niet. Langzamerhand was het buiten stikdonker, net als bij hem binnen. Hij besloot op te staan en de duisternis in te gaan om daar naar het licht te zoeken voor zijn vertelling. Hé, dat was een mooie zin: "Hee nam het besluut op te stoan en de duusternis in te goan um door te zeuken noa het licht". Hij schreef die zin dadelijk op, trok zijn jas aan, zette de kraag hoog op, kuste zijn vrouw in de keuken gedag en ging de mist in. Hij liep en liep van de ene lantaarnnimbus naar de andere, sloeg steeds andere wegen in, maar kwam niet tot een sluitend verhaal. "Ik bin de mist in'egoan um uut de dampen te kommen, moa ik komme der steeds verder in", dacht hij op een bepaald moment. Toen besefte hij plotseling, dat hij zo aan zijn verhaal gedacht had, dat hij niet meer wist waar hij was. "Oke dat nog, ik hebbe nog neet genog an mien kop. Hoe kom ik hier uut?" En hij raakte een beetje in paniek. En hij merkte ineens dat hij het 'härtstikke kold' had. "Het is fiesterig (nat en koud) weer", dacht hij, "ik mot moa gauw er'ns de weg vroagen, anders kom ik te late veur het èten en zeek weer thuus". Door de mist zag hij verscheidene diffuze lichten langs de straatkant. Waarschijnlijk stond hij in een buitenwijk van de stad die grensde aan zijn dorp. Op de tast werkte hij zich naar een woning toe. Hij drukte op de bel. Het was een drietonige gong. De deur ging open. "Gerrit, wat een verrassing!" klonk het. "Vrouwe, kom is van de deuze, wie hebt bezeuk!" Gerrit hoorde een closet doortrekken. Daar kwam de vrouw van zijn oude meester. "Wat fijn, da'j ons nog veur de käsdagen èven komt opzeuken; wieluu zeet de laatste dagen gin mense met dat akelige weer", zei mevrouw. "Hoe geet het met de schrieverieje?" Onder het gaan naar de gezellige, schemerige woonkamer begon Gerrit te vertellen. Hij zei maar niet dat hij verdwaald was in de mist, het moest leuk blijven voor deze mensen. "Hoe old is Meester noe al?" vroeg hij. "Viefentachentig, möör ik kan nog een boel; en de vrouwe oke". Gerrit bleef wel een uur bij Meester en zijn vrouw hangen, want "der is een boel bie te proaten". Toen stapte hij op. Zijn dampige kop was helder geworden en hij had zijn kerstverhaal klaar. Alleen nog vertalen.