Bukkem

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Wat een lange magere man liep daar. Was het zijn magerte of zijn lengte waardoor hij opviel? Of was het dat mollige vrouwtje dat met dribbelpasjes naast hem zijn reuzentred trachtte bij te houden? Als het twee heren geweest waren, had ik gedacht dat het Bulletje en Bonestaak uit de beroemde strip waren. Het was maar goed dat ze niet in mijn eigen stad liepen, ik zou niet hebben durven vertellen wat er gebeurde. Nee, ze liepen in mijn droomstad; dat is niet mijn eigen stad, al ken ik er de weg beter. Hoe ik namelijk ga, ik loop altijd goed, en ik kom steeds daar uit waar ik wezen wil. Ik heb er altijd mijn koptelefoon op en luister dromend naar gesprekken en muziek. Er lopen veel mensen daar. Droomstad is van iedereen. Het is niet mijn stad.

Voor mij komen een paar echte kwajongens al ravottend de straat op. Zij zien het paartje van het humoristisch aandoende plaatje. Een van de jongens zet zijn handen bollend voor de mond en schreeuwt luid: "Spiering en Spekbukkem!" Raar klinkt dat in een stad waar geen dialect gesproken wordt. Of is het misschien een Middelnederlandse stad, waar de woorden buckink en bukkem beide voorkomen? Dat moet haast wel.

Meteen ben ik klaar wakker. Ik sta op van de bank waarop ik mijn middagslaapje altijd doe en ik zet mijn koptelefoon af. Aardig dat in mijn droomstad mij nog woorden aangereikt worden die ik allang kwijt was! Want 'spiering en spekbukkem' is toch een combinatie die in mijn dialectstreek echt wel gebruikt werd vroeger. Bij spiering stelde ik me dan een mager visje voor en bij spekbukkem een vette goed doorrookte bokking, die al hangend in een bokkingshang zijn smaak krijgt.

Als ik goed wakker ben, komt mijn gedachtenstroom weer op gang. Ik heb nog eens ergens verteld over de afkomst van het woord 'bokkem'. Ik weet niet meer waar en wanneer. Even denken. Een bokkempje is in sommige streken een beukenootje; het stamt letterlijk en figuurlijk af van bok, boek, beuk. Een bokking of bokkem of bukkem, bukking is een gerookte vette haring. Die vis werd gerookt boven smeulend rokend beukenhout, of ander hout. Het gerookte resultaat was een bokkem of bukkem.

Ik weet dat mijn afleiding van dat woord 'beuk' nergens te lezen is. Het is mijn eigen idee. Mijn verhaal schijnt nergens op te slaan. De 'wetenschappelijke' versie is dat bokking een afleiding is van bok, het mannetje van de geit. De stank van de bok zou overeenkomen met de stank van de haring, als die gerookt wordt. En van dat verhaal geloof ik helemaal niets! Nooit heb ik een bokking gegeten die naar een bok stonk.

Spiering en spekbukkem is inderdaad een humoristische verbinding. Een spier is immers een halm, een spriet. Het is familie van spijker. Tegenstellingen genoeg in deze uitdrukking om het gezegde goed te bewaren. Maar ... niet te vaak gebruiken! Het moet leuk blijven. Het valt me dikwijls op dat mensen anderen plagen door opmerkingen te plaatsen waarin de vermeende gebreken van die anderen eens even duidelijk onderstreept worden. Daar kan ik niet goed tegen. Beter, ik erger me daaraan.

Mensen zijn lichamelijk zoals ze zijn. Onze vormen en maten zijn erfelijk bepaald. Afwijkingen beklemtonen mag dan heel kunstzinnig en expressionistisch zijn, van de uitdrukkingen van de schepping dienen wij verbaal af te blijven. In het algemeen kan ik daarover meepraten door mijn functie van opvoeder. Kwajongens mogen bepaalde humor nog gebruiken, want zij komen er nog wel achter. Volwassenen moeten er achter zijn. Hun past geen spot ten koste van. Dat denkt deze bukkem! En die leek eens een spiering!