Brullufte

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Op 4 november was mijn vader jarig. Dit jaar zou hij honderd en drie geworden zijn. Nog zie ik zijn jonge gezicht op die trouwfoto van mijn ouders voor me. Mijn moeder ziet er daar ook nog heel fris uit. Die is nu al dertien jaar dood, mijn vader achtendertig jaar. Het bruidspaar op de foto weet nog van niets. Bruid en bruidegom kijken ernstig de wereld in, onwetend van het feit dat zij hem acht kinderen, twee meisjes en zes jongens, baren zal, van wie het tweede meisje slechts twee dagen oud zal worden.

Ik weet niet of mijn ouders een grote bruiloft gegeven hebben, maar dat er een bruiloft in zijn oorspronkelijke betekenis geweest is, is zeker. Bruiloft, in het Middelnederlands bruutlocht, bruullocht, brullocht, brullucht, bruloft of brulft is namelijk een samenstelling van bruut en loft. Loft komt van het Saksische lofen, het Hoogduitse laufen. Het is zeker dat mijn vader, al of niet met een koetsje, mijn moeder bij haar ouderlijk huis opgehaald heeft om met haar naar het stadhuis van Deventer te gaan. Het laatste stukje van zijn weg is lopend afgelegd. Zijn laatste gang naar de bruid was een loop, een Lauf, een loft. In gedachten zie ik hem daar gaan. Ik weet hoe gek hij met zijn bruid was. In hem was een brandend verlangen, zoals bij iedere man die zijn aanstaande vrouw werkelijk liefheeft.

Zijn bruid, zijn aanstaande echtgenote, mijn moeder, daar liep hij voor, daar bleef hij voor lopen, en voor zijn gezin, zijn leven lang. Zijn leven was één bruidslopen, zoals dat van mij en andere echtgenoten, natuurlijk ook van de bruiden, een bruidslopen is.

Mijn moeder was de bruid. Ik heb met dat laatste woord meer moeite, hoewel het een zuivere betekenis heeft. In de Middeleeuwen betekent het al jonggehuwde vrouw en ook verloofde, degene die dus door een man 'verlopen' wordt. Bruien betekent slaan of stoten. In de Vroege Middeleeuwen ging het tevens beslapen of tot vrouw nemen beduiden. Dat had natuurlijk met de betekenis stoten te maken. In het Oudsaksisch treft men 'brud', met een lange oe aan; dat is een jonge vrouw. Nu, dat mijn moeder een frisse, jonge, aantrekkelijke vrouw was, is op de foto duidelijk waarneembaar.

Mijn vader is de bruidegom, ook al zo'n mooi Nedersaksisch woord: brudgumo (broedgoemo), door mezelf zo gereconstrueerd, bedenk ik ineens. Gumo is familie van het Latijnse homo, man of mens. In het Twents spreekt men wel van 'bruman' of 'brumenneken'. Dat brengt mijn gedachten op brulluften buiten de stad, bijvoorbeeld de boerenbrulluften. Alle noabers, buren, en familieleden zijn erbij betrokken. De rituelen zijn overal verschillend, maar één ding is steeds hetzelfde: de bruid is het middelpunt, de bruidegom de middelpuntzoekende kracht. Hij wordt al dan niet met geweld bij zijn bruid gebracht, waarna het grote gezamenlijke feest kan losbarsten. Zo gaat dat bij de mens, die aardbewoner is en blijft. Dat zegt mij immers 'humus', wat aarde betekent. De bruidegom is de aardbewoner die zijn bruid zoekt, opdat de aarde door de mens bewoond blijven kan. De homo sapiens, het met verstand begaafde stukje humus, zal overigens na zijn leven in de overige humus terugkeren: Uit stof zijn bruid en bruidegom en tot stof zullen ook zij wederkeren.

Waar het in gedachten naar een trouwfoto kijken al niet toe leiden kan. Ook vandaag zullen er weer verscheidene brulften zijn. Of de belevers ervan de betekenis van dat woord duidelijk voor de geest hebben, is de vraag. Misschien is het goed er maar heel gewoon iets over te vertellen. Want de mens is toch ook een homo ludens, een spelend stukje aards leven. En een goede bruiloft is toch een fijn en boeiend spel!