Gilwell

> Categorie: Columns Gepubliceerd: zaterdag 05 juli 2014

Robert Baden-Powell of Baron Baden-Powell of Gilwell was onze grote ‘Voortrekker’ van de padvindersbeweging in de jaren dertig, toen mijn broers en ik lid waren van de “President Steijn-Groep” in Deventer. Op de Jamboree van 1937 mocht ik hem even zien, toen hij met zijn verkennershoed en lila-grijze das, in kaki en in korte broek het kamp van mijn oudere broers op het kampeerterrein in “Vogelenzang Bennebroek” bezocht. Ik logeerde met de welpen, ik was toen negen, in School I, gedurende drie dagen in Haarlem, en wij waren net bij de verkenners op bezoek. Ik geloof dat de scouts hem met “Gilwell” aanspraken, wat komt van “Gilwellpark”, het scoutingterrein in Sewardstonebury bij Chingford. In Nederland hadden we sinds 1923 de “Gilwell Ada’s Hoeve”, waar de “Gilwell-cursussen” gegeven werden aan scoutingleidsters en –leiders, die in de voetsporen van de grote Baden-Powel wilden treden. Toen ik op elfjarige leeftijd ‘nieuweling’ bij de verkenners was, zag ik regelmatig onze hopman, L.J. Zandvliet, en onze vaandrig, J. Stadt, die ook oubaas van de voortrekkers was, met een lila-grijze das. Mijn oudere broers, Cor, patrouilleleider, en Jan, assistent patrouilleleider, wisten te vertellen dat het Gilwelldassen waren, die enkel gedragen worden mochten door hen die de Gilwell-cursus met goed gevolg afgerond hadden. Volgens hen moest je daarvoor ook een hike maken, een eenzame tocht van een aantal dagen, met je sheltertje op de rug, met het kompas in de hand, door de natuur, een oriënteringsplan volgend, dat door de cursusleiding opgesteld was. En zij leerden mij een Gilwell lied, waarvan ik vele jaren later, in 2010 ongeveer, nog een paar regels kende: ‘Op een dag in mei liep verkenner vrij met zijn rugzak stil te hiken. Het was razend heet, badend in zijn zweet, liep hij bijna te bezwijken. Op een koele plek dacht hij: ‘k ben gek …’. Die regels gebruikte ik in mijn internetroman “Koninkrijk Konkelfoes”, waarin ik de hoofdpersoon laat kamperen in Zeesse bij Ommen.

Op 4 juni 2014 ontving ik een mailtje van Melle van der Heide. Hij had de regels ontdekt en wilde van alles over het lied weten, onder andere of dit het Nederlandse Gilwell Lied is. Dat wist ik dus niet, maar hij bracht met zijn berichtje wel een balletje aan het rollen! Ik besloot mee te werken aan het plan om het lied zo zuiver mogelijk weer helemaal boven het scoutingwater te krijgen. Gelukkig was Melle niet alleen bezig: Heleen van der Kolk was ook heel nauw bij het Gilwell-projectje betrokken. En zo brachten zijbeiden het scoutingschip aan het varen. Hier en daar mocht ik ook wat wind in de zeilen blazen.

Tijdens het proces van reconstructie bleek mij nog eens weer, hoe belangrijk is dat jonge mensen deelnemen aan “Het Spel van Verkennen”. Het hele leven is voortdurend sporen zoeken, zoeken naar de juiste wegen door de natuur en cultuur in het leven. Gilwell heeft een enorme invloed in mijn leven gehad: Ik hoef alleen maar te denken aan ‘De Wet’ en ‘De Belofte’, waarnaar ik als verkenner heb geprobeerd te leven.

Bedankt Heleen, bedankt Melle, dat jullie mij weer aan het ‘spoorzoeken’ gezet hebben.

Baron Baden Powell of Gilwell zal ik nooit vergeten! Hij heeft mede bijgedragen tot mijn opvoeding tot volwassen mens, die zijn weg vinden kan in een wereld vol onzekerheden. Gelukkig zetten veel jonge mensen zijn traditie voort en als ik nu luidkeels het Nederlandse(?) Gilwell-lied zing, ben ik weer de jonge hiker van toen, die in zon en regen, voor- en tegenspoed, vreugde en verdriet, de levensweg kan blijven gaan.

Gerrit Kuijk Sr.