****Aandacht aan dichten 4 - Maat en ritme

> Categorie: Columns Gepubliceerd: woensdag 19 februari 2014

2014 Aandacht aan dichten 4 – Maat en ritme

 

4 Maat en ritme

 

Bertus Aafjes – ‘De laatste brief’: De wereld scheen vol lichtere geluiden / En een soldaat sliep op zijn overjas / Hij droomde lachend dat het vrede was / omdat er in zijn droom een klok ging luiden / Er viel een vogel die geen vogel was / niet ver van hem tussen de warme kruiden / En hij werd niet meer wakker, want het gras werd rood / Een ieder weet wat dat beduidde / Het regende en woei. Toen herbegon / achter de grijze rand der horizon / het bulderen  goedmoedig der kanonnen / maar uit zijn zak, terwijl hij liggen bleef / bevrijdde zich het laatste wat hij schreef / Liefste, de oorlog is nog niet begonnen…. .

Lees deze tekst nu eens hardop voor, enkel op maat. Houd daarbij rekening met het feit dat maat bij spreken de regelmatige afwisseling is van zwak beklemtoonde en sterk beklemtoonde lettergrepen. Je zult horen dat maat niet het enige is waar jij je bij voorlezen, opzeggen, voordragen, reciteren, declameren moet houden. Dat wordt een één- of tweetonige zaak. Om het drietonig te maken of ‘stereofonisch’ te doen klinken is er binnen de maat afwisseling van tempo nodig. En dat noemt men ritme. Iemand kan nog zoveel weten van jambe, trochee, dactylus, anapest, spondee, amfibrachys, hexameter, alexandrijn, ollekebolleke, limerick en ga zo maar door, al die wetenschap helpt niets om een ritmisch lopend vers te ‘brengen’, maken en ‘zeggen’ dus. Luister wat dit betreft maar eens naar ‘rappers’. De goede rapper ratelt razendsnel ritmisch en … blijft dus binnen de regelmaat die gekozen is. De mindere rapper wil graag ritmisch zijn, maar … kan niet binnen de maat blijven. En dat moet iedereen onthouden: Maat zonder ritme, eentonige maat dus, blijft maat; ritme ontstaat binnen de maat en kan niet zonder. Wat een gedicht zeggen betreft, moet men altijd maat houden! Met opzet heb ik hier als voorbeeld een sonnet genomen van Bertus Aafjes, omdat ik vind dat de maat volledig aan het thema en motief aangepast is: Oorlog en soldatendood. De trage en weemoedige maat is volledig bij de inhoud aangepast. Ik ga me niet afvragen of Bertus dat opzettelijk gedaan heeft. Ik vermoed van niet en ik heb het hem nooit gevraagd. Ik denk dat het in ons zit maat, ritme, inhoud, stemming, klanken zo op elkaar af te stemmen dat die samen onze beroering of ontroering vormen, waarbij ik trouwens ook de hele intonatie betrekken wil. Om dat te onderstrepen kies ik nu nog een voorbeeld van een oorlogsgedicht met die kanttekening dat het uit het hoofd neergepend wordt. Het beschrijft een gebeurtenis uit 1941:

 

Het Carillon

 

Ik zag de mensen in de straten                       

hun armoe en hun grauw gezicht

Toen streek er over de gelaten

een luisteren, een vleug van licht

 

Want boven  in de klokkentoren

na ’t donkerbronzen urenslaan

ving over heel de stad te horen

de beiaardier te spelen aan

 

Valerius: een statig zingen

waarin de zware klok bewoog

doorstrooid van lichter sprankelingen

Wij slaan het oog tot U omhoog

 

En een tussen de naamloos velen

gedrongen aan de huizenkant

stond ik te luist’ren naar dit spelen

dat zong van mijn geschonden land

 

Dit sprakeloze samenkomen

en Hollands licht over de stad

nooit heb ik wat ons is ontnomen

zo bitter, bitter lief gehad

 

Ida M. Gerhardt – Uit de bundel “Het Veerhuys” 1941

 

Grandioos vind ik het. Zelfs tijdens het schrijven draag ik het mezelf hardop voor!